Naheffing LB voor onkostenvergoedingen en Porsche Carrera voor DGA

Y was enig aandeelhouder, enig bestuurder en enig werknemer van BV X. BV X paste voor 2011 de werkkostenregeling niet toe. Maandelijks betaalde de BV aan Y een kostenvergoeding van € 200 voor representatiekosten, autokosten, vakliteratuur, voedsel en drank en diverse kostenposten. Verder stelde BV X hem een Porsche Cayenne en een Porsche Carrera ter beschikking. BV X paste alleen een bijtelling privégebruik auto toe met betrekking tot de Cayenne. De inspecteur stelde dat de kostenvergoeding tot het loon behoorden en hij verwierp de km administratie die voor de Porsche Carrera was gevoerd. BV X ging in beroep tegen de naheffingsaanslagen loonheffingen 2008 tot en met 2011 met boeten. Hof Arnhem Leeuwarden handhaafde de naheffingsaanslagen. Y had bij andere dochtervennootschappen van BV X werkzaamheden verricht, waarvoor BV X een management fee ontving en voor zijn werkzaamheden bij die andere concernvennootschappen werd Y niet betaald. Het Hof vond het niet aannemelijk dat Y voor eigen rekening uitgaven deed ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking. Ten aanzien van de rittenregistratie van de Porsche Carrera besliste het Hof dat de BV X niet had doen blijken dat Y deze auto in een van de onderhavige kalenderjaren op jaarbasis minder dan 500 km voor privédoeleinden had gebruikt. Daarvoor riep de rittenregistratie te veel vragen op. BV had geen verklaring kunnen geven voor afwijking van de in de rittenregistratie vermelde km-stand en de door de garage aan de Nationale Autopas opgegeven km stand kon BV X geen verklaring geven en ook niet waarom de in de rittenregistratie opgenomen afstanden afweken van die volgens de routeplanner en waarom voor deze route heel verschillende afstanden waren vermeld. Het Hof besliste met betrekking tot de boete dat sprake was van grove schuld en dat boeten van 25% passend en geboden waren. Het Hof verklaarde het hoger beroep van BV X ongegrond.

Bron: Fiscaal up to date