Overheid ontving in 2020 2 miljard euro minder aan auto-milieubelastingen

De inkomsten uit de brandstofaccijnzen daalden doordat er minder kilometers gereden werden.
De Belastingdienst streek in 2020 22 miljard euro op aan milieubelastingen. In 2020 daalde de opbrengst uit milieubelastingen met 10,2 procent naar 22,2 miljard euro. Dat blijkt uit cijfers van het CBS. Een groot deel van de inkomstenderving komt doordat er flink wat minder geld is binnengehaald via de autogerelateerde belastingen. Zo daalde de autoverkoop in het afgelopen jaar met 20 procent naar 356 duizend, waardoor de bpm-opbrengst 35 procent lager uitkwam. Er werd 1,5 miljard euro aan bpm opgehaald, waar dit in 2019 nog 2,3 miljard euro was.

Ook daalde het aantal verreden kilometers, mede door de corona-lockdown, met 19,7 procent. Dat had zijn weerslag op de inkomsten uit brandstofaccijnzen. Die kwamen 12,9 procent lager uit, op 7,3 miljard euro. In 2019 bedroeg de opbrengst uit de brandstofaccijns nog 8,5 miljard euro.

In totaal kwam er uit de autogerelateerde milieubelastingen dus zo’n 2 miljard euro minder binnen in 2020.

Bron: Automotive

Haast geboden met wetgeving voertuigdata

  • Er is haast geboden, aldus advocaat Ahmad Qurishi, om de Europese Commissie zover te krijgen om wetgeving te maken voor toegang tot voertuigdata. Een spelregel kan zijn: zeggenschap over voertuigdata ligt bij de consument.

In de politiek zijn er zorgen voor de groeiende markt van vervoersdata, maar vooral ook de kwetsbare positie van consumenten en nieuwe dienstverleners. Inmiddels is bijna 40 procent van de in Europa geproduceerde auto’s voorzien van een internetverbinding. De veelheid aan data die een auto genereert via deze verbinding kan worden gedeeld met talloze partijen. Daarmee is ook de privacy van de consument in het geding.

Een mooi voorbeeld waarbij de privacy van een autogebruiker centraal staat,  is de uitspraak van de rechtbank Amsterdam in een zaak tussen een ondernemer en Tesla Nederland. De ondernemer had een vordering ingesteld jegens Tesla in verband met het gebrekkig functioneren van zijn Tesla Model S. In een half jaar tijd zou de ondernemer 10 keer terug naar de garage zijn geweest, aangezien er sprake zou zijn van meerdere gebreken. Tesla stelde op zijn beurt dat op basis van log-data van Tesla is gebleken dat de ondernemer vijf keer vaker plankgas accelereert dan een gemiddelde Tesla-bestuurder. Als gevolg daarvan zouden bepaalde onderdelen sneller slijten dan gebruikelijk.

Aanvaardbaar

De vordering van de ondernemer werd afgewezen, omdat in de handleiding duidelijk staat vermeld dat vaak snel accelereren kan leiden tot snellere slijtage van bepaalde onderdelen. De wet bepaalt dat bewijs door alle middelen kan worden geleverd en dat de waardering van het bewijs aan het oordeel van de rechter is overgelaten, tenzij de wet anders bepaalt. In een civiele procedure geldt niet als algemene regel dat de rechter op onrechtmatig verkregen bewijs geen acht mag slaan. Het belang van waarheidsvinding is daarom zo groot, dat alleen in uitzonderingssituaties het bewijs niet gebruikt mag worden. Toch is het angstaanjagend dat autofabrikanten dus het rijgedrag – en de locatie – van bestuurders kunnen en mogen beoordelen, delen en verwerken. Hier moet de politiek zich over gaan buigen: is dit maatschappelijk aanvaardbaar?

Remweg

Voertuigen worden tegenwoordig volledig voorzien van digitale systemen die zowel het functioneren van de auto in kaart brengen, als de omgeving scannen waar het voertuig zich bevindt. Op basis van deze data krijgt de bestuurder signalen (te dicht bij belijning van de weg, object gelokaliseerd binnen een bepaalde afstand, etc). Ook wordt informatie verzameld over de snelheid op enig willekeurig tijdstip, de benodigde remweg op een bepaalde locatie bij een specifieke snelheid, etc.

Een groeiend aantal voertuigen stuurt deze data via de ingebouwde internetverbinding naar de cloud. Niet verrassend is dat talloze partijen belangstelling voor deze data tonen. Variërend van autofabrikanten en leasebedrijven die op het rijgedrag toegesneden onderhoud of reparatie willen aanbieden tot dienstenleveranciers van verkeersinformatie. En hiermee is het vraagstuk van controle en zeggenschap over voertuigdata geagendeerd in de politiek.

De rol van de Autoriteit Persoonsgegevens is beperkt, omdat veel fabrikanten buiten Nederland zijn gevestigd

In maart 2020 zijn door (D66) Kamerleden kritische vragen gesteld over de autosector, die in veel gevallen niet voldoet aan de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Zo blijkt ook uit verschillende onderzoeken van de ANWB en zijn Duitse evenknie ADAC, dat er zorgen zijn over privacy bij verschillende automerken. De rol van de privacy toezichthouder Autoriteit Persoonsgegevens (AP) blijft echter beperkt, omdat veel fabrikanten buiten Nederland zijn gevestigd, waarbij de AP geen leidende toezichthouder is. In opdracht van de voormalige minister van Infrastructuur en Waterstaat, Cora van Nieuwenhuizen, is door onderzoeksbureau Ecorys onderzoek gedaan naar het delen van voertuigdata en interfaces. In het rapport zijn onder meer observaties gedaan over de rol van de privacywetgeving.

Zolang het speelveld niet verandert, hebben consumenten en ondernemers het nakijken

In dit verband speelt onder meer de vraag of autofabrikanten al dan niet expliciet toestemming van consumenten nodig hebben voor het verzamelen, gebruiken en verder verstrekken van vervoersdata. Zolang het speelveld niet verandert, hebben consumenten en ondernemers hier het nakijken. Fabrikanten stellen zich op het standpunt dat toestemming in feite is verkregen bij de aankoop van de auto. Aanvullend beargumenteren fabrikanten toestemming niet nodig te hebben, omdat zij een gerechtvaardigd belang hebben bij diverse doeleinden waarvoor de data worden verwerkt. Onderhandelen met de dealer, zoals u gewend bent te doen bij de extra opties, zal helaas weinig soelaas bieden. Talloze keuzes wat betreft dataverzameling en verwerking zijn reeds technisch in de auto verdisconteerd. Hiermee wordt via digitale technieken de (rechts)verhouding tussen partijen afgedwongen waardoor (consument)kopers extra kwetsbaar zijn.

De minister heeft aangekondigd aan de slag te gaan met de zorgen die zijn geagendeerd in het Ecorys-rapport. Zo is inmiddels de Europese alliantie Afcar opgericht. Afcar is de Europese alliantie ‘for the Freedom of Car Repair. Hierin trekt Figiefa (de Europese koepel van RAI Aftermarket) in coalitie met de tien ondertekenende verenigingen op om de nieuw samengestelde Europese Commissie ertoe aan te zetten wetgeving vast te stellen voor toegang tot in het voertuig gegenereerde gegevens. Haast is echter geboden. Over het algemeen zijn de zorgen namelijk niet nieuw en specifiek voor de groeiende markt van vervoersdata. Andere terreinen van de digitale economie tonen aan dat een te aarzelend optreden van de wetgever betekent dat bepaalde partijen een zodanige machtspositie kunnen opbouwen dat consumenten en ondernemers uiteindelijk niet tot nauwelijks om deze partijen heen kunnen.

De verplichting aan fabrikanten om voertuigen uit te rusten met gordels, airbags of reserveband dient de verkeersveiligheid en daarmee het belang van burgers. Ook in een data-economie mag van autofabrikanten worden verlangd dat ze zich aan spelregels houden als ze een product afleveren dat gebruik maakt van de publieke ruimte. Zo’n spelregel kan zijn: zeggenschap over voertuigdata ligt bij de consument(koper).

Bron: Automotive

Nieuwe handreiking Belastingdienst over vakantieauto en bijtelling

Een werkgever kan gedurende de vakantieperiode een ‘vakantieauto’ ter beschikking stellen aan de werknemer. Of de werknemer levert de auto van de zaak in tijdens de vakantieperiode. Wat de gevolgen zijn voor de bijtelling is afhankelijk van de situatie. In een handreiking heeft de Belastingdienst de gevolgen beschreven voor de bijtelling in enkele situaties.

Deze situaties luiden als volgt:

  • De werknemer heeft gedurende de vakantieperiode gelijktijdig twee auto’s ter beschikking.
  • De werknemer krijgt een vervangende auto tijdens de vakantieperiode.
  • De werknemer heeft enkel tijdens de vakantieperiode een auto ter beschikking.
  • De werknemer huurt tijdens vakantie een auto van de werkgever.
  • De werknemer levert de auto van de zaak in tijdens vakantieperiode.

Tijdens vakantieperiode twee auto’s

Stelt de werkgever een werknemer tijdens de vakantieperiode gelijktijdig twee of meer auto’s ter beschikking, dan moet hij het privégebruik per auto beoordelen. De bijtelling privégebruik auto past de werkgever toe voor elke auto waarmee de werknemer op kalenderjaarbasis meer dan 500 privékilometers rijdt.

Redelijke toepassing van deze regels betekent dat de bijtelling privégebruik auto bij meerdere ter beschikking gestelde auto’s beperkt kan blijven tot één auto als de werknemer alleenstaand is of als in zijn gezin één persoon een rijbewijs heeft. De werkgever houdt alleen rekening met de bijtelling van de auto met de hoogste cataloguswaarde. Als in het gezin van de werknemer twee personen een rijbewijs hebben, berekent de werkgever de bijtelling over twee auto’s. De werkgever houdt alleen rekening met de bijtelling van de twee auto’s met de hoogste cataloguswaarde.

Let op!
Per 1 januari 2022 houdt de werkgever rekening met de auto(‘s) met de hoogste bijtelling.

Tijdens vakantieperiode vervangende auto

Heeft de werknemer een auto van de zaak en krijgt hij tijdens de vakantieperiode een andere auto ter beschikking, dan moet de werkgever bijtellen als zijn werknemer in het kalenderjaar in totaal meer dan 500 kilometer privé rijdt. De bijtelling geldt dan voor beide auto’s, gedurende de periode dat deze auto’s aan de werknemer ter beschikking staan. De werkgever moet het privégebruik voor elke auto naar tijdsgelang berekenen.

Alleen tijdens vakantie een auto ter beschikking

Het kan zijn dat de werkgever de werknemer alleen voor de vakantieperiode een auto ter beschikking stelt. Dan moet de werkgever de gereden privékilometers omrekenen tot het aantal privékilometers dat zijn werknemer zou rijden in een heel kalenderjaar. Als dit meer is dan 500 kilometer, berekent de werkgever de bijtelling naar tijdsgelang.

Werkgever verhuurt auto

Als de werkgever tijdens de vakantieperiode een auto verhuurt aan de werknemer, is het afhankelijk van feiten en omstandigheden of de werkgever de bijtelling moet toepassen. De werkgever kan hierover contact opnemen met:

Belastingdienst/team Auto/PGA
Postbus 9001
6800 DB Arnhem

Sleutels inleveren tijdens vakantie

Een werknemer rijdt meer dan 500 kilometer privé met de auto van de zaak. Tijdens de vakantieperiode van één maand levert hij de sleutels van de auto in. Is dan de bijtelling nog van toepassing voor deze maand? In deze situatie moet de werkgever vaststellen of de auto nog ter beschikking staat tijdens de vakantie.

Voor een juiste beoordeling door de werkgever staan aanwijzingen en suggesties in de brochure Handreiking privégebruik auto van de Belastingdienst.

Bron: taxlive

 

Zakelijke leaserijder positief over variabele bijtelling

80 procent van de zakelijke leaserijders die nu een vaste bijtelling betaalt, staat positief tegenover een variabele bijtelling. Zo’n 70 procent van de zakelijke leaserijders gaat minder privékilometers rijden bij een overgang naar kilometerafhankelijke variabele bijtelling. Dat blijkt uit een pilot in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en de Mobiliteitsalliantie.

De pilot is uitgevoerd door de Vereniging Zakelijke Rijders (VZR) en volgt uit het huidige regeerakkoord, waarin is afgesproken dat het kabinet samen met de Mobiliteitsalliantie ervaringen opdoet met alternatieve vormen van vervoer en betaling. VZR voorzitter Jan van Delft. “VZR pleit al jaren voor een overgang naar variabele bijtelling. Dat is veel eerlijker dan het huidige systeem.” De pilot bestaat uit twee delen: een praktijkgedeelte en simulatie. In de eerste fase van de pilot is er een fysieke proef uitgevoerd onder 112 zakelijke rijders. In de tweede fase zijn de resultaten hieruit onder 1.800 respondenten getoetst.

15 procent minder privékilometers

In het huidige belastingsysteem betalen zakelijke rijders een ‘vaste forfaitaire bijtelling’ per maand. In de pilot is deze vaste bijtelling losgelaten en vervangen door een variabel bedrag op basis van gereden privékilometers. Als bespaard kan worden door minder privé te gaan rijden, zal volgens het onderzoek 70 procent van de zakelijke rijders minder privékilometers gaan maken. Op basis van de prijselasticiteit is onderzocht hoeveel privékilometers berijders minder gaan rijden. Vertaald naar de praktijk is de verwachting dat een variabele bijtelling op basis van gelijke grondslagen leidt tot 15 procent minder privékilometers.

Minder CO2 en vaker fietsen

Met in totaal 1,5 miljoen zakelijke rijders op de Nederlandse wegen betekent 15 procent minder privékilometers een besparing van 1,2 miljard kilometer per jaar. Dit levert een nettobesparing van 67 miljoen kilogram CO2 op. Veel ritten zullen niet gemaakt worden of anders. 20 procent denkt bijvoorbeeld vaker de fiets te pakken en 6 procent zal meer gebruikmaken van het OV. Een kleine groep verwacht dat er meer gereden gaat worden met de andere auto in het gezin.

Sluitend ritregistratiesysteem

Van de zakelijke rijders die de auto nu buiten de bijtelling houden door onder de jaarlijkse 500km-grens te blijven, is 83 procent positief over een bijtelling per gereden privékilometer. Voor invoering van een variabele bijtelling is een betrouwbaar sluitend ritregistratiesysteem onmisbaar. Hier is al uitgebreide praktijkervaring mee opgedaan met systemen die vallen onder het Keurmerk Ritregistratie Systemen. Veel berijders werken nu al naar tevredenheid met dergelijke systemen.

Twee scenario’s

VZR ziet op basis van de pilot twee scenario’s voor invoering van een variabele bijtelling. In het eerste scenario stappen alle zakelijke rijders over op een systeem van variabele bijtelling. In het tweede scenario gaat alleen de groep die nu gebruikmaakt van de 500-kilometer-regeling, en nu dus geen bijtelling betaalt, over naar variabele bijtelling. Het tweede scenario acht VZR op korte termijn het meest kansrijk.

Bron: Accountancy Vanmorgen

Impact van corona op de auto van de zaak

De coronacrisis laat ook zijn sporen na op de auto van de zaak. Zo zijn de looptijden van zakelijke leasecontracten vorig jaar licht opgelopen. Het ligt voor de hand dat werkgevers de contracten liever even verlengen dan een nieuw contract af te sluiten. Werkgevers kijken vanwege het vele thuiswerken ook naar alternatieven voor de klassieke zakenauto.

Dat corona impact heeft op het verkeer zal iedere zakelijke rijder die nu eens niet elke morgen in de file staat kunnen beamen. Cijfers van de Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen (VNA) laten dat ook zien: de gemiddelde auto van de zaak heeft in 2020 daadwerkelijk 1.700 kilometers minder afgelegd dan in 2019.

Bijtelling geldt tot 60 maanden na registratie

Uit hetzelfde VNA-rapport blijkt dat de gemiddelde looptijd van zakelijke leasecontracten in 2020 is opgelopen. Voor alle lopende contracten was de theoretische looptijd vorig jaar 48,3 maanden, tegen 47,7 maanden in 2019. Mogelijk ligt er een oorzaak voor die lichte stijging in het verlengen van lopende contracten. Vanuit leasemaatschappijen is er vorig jaar actief op gewezen dat verlenging van het leasecontract een optie is. En ook werkgevers zullen er midden in het coronatumult huiverig voor zijn geweest om zich vast te leggen op nieuwe langlopende contracten. Dan is een verlenging een flexibelere optie. Een laag bijtellingspercentage voor de auto van de zaak geldt tot vijf jaar na de registratie. Een verlenging van het contract van vier naar vijf jaar is dus nog mogelijk zonder direct fiscaal nadeel. Bovendien kunnen de maandlasten dalen door de langere looptijd.

Klassieke auto van de zaak minder vanzelfsprekend

Maar naast de eerste ingrepen om flexibiliteit te behouden denken werkgevers ook na over de toekomst van hun wagenpark in het algemeen. Zeker nu onderzoek na onderzoek laat zien dat werknemers ook ‘na’ corona graag méér willen blijven thuiswerken.
Het VNA-onderzoek laat zien dat het aantal zakelijke geleasete personenauto’s in 2020 met 2,1% is gedaald naar 724.800. Dat het totale leasewagenpark nog groeit, is te danken aan de groei in bestelauto’s en vooral in private lease. Een rondgang van Nieuwsuur onder 23 grote ondernemingen laat zien dat de klassieke auto van de zaak steeds minder vanzelfsprekend is. Zo moeten werknemers vaak een minimumaantal kilometers per jaar rijden om een auto van de zaak te kunnen krijgen. Door het vele thuiswerken en videovergaderen wordt die grens niet altijd meer gehaald. Werknemers willen soms ook zelf af van de leaseauto, omdat ze minder rijden maar wel dezelfde kosten houden. Ook werken meer werkgevers met een ‘pool’ van auto’s. Werknemers kunnen de wagen meenemen als ze naar een klant moeten maar krijgen geen eigen auto van de zaak meer. Al met al zal het wagenpark in de toekomst krimpen, verwachten de ondervraagde ondernemingen.

Private lease met een mobiliteitsbudget

Een andere optie is dat de werknemer zelf een auto regelt via private lease. De werkgever kan een mobiliteitsbudget geven waarmee de werknemer (een deel van) de kosten dekt. De Vereniging Zakelijke Rijders (VZR) meldde vorig jaar na onderzoek dat zakelijke rijders nog niet echt warmlopen voor deze constructie. Slechts 2% van de ondervraagden gebruikte toen een private-leaseauto voor zakelijke ritten. De VZR wijst er ook op dat private lease een langlopende financiële verplichting is voor de werknemer, die bij het BKR wordt geregistreerd. Ook vindt de VZR het ‘geen positieve ontwikkeling’ dat de verantwoordelijkheid voor zakelijke mobiliteit zo verschuift van werkgever naar werknemer.

Bron: rendement online

Gevolgen bij intrekking ‘Verklaring geen privégebruik auto’

Wanneer een werknemer in de loop van het kalenderjaar zijn ‘Verklaring geen privégebruik auto’ intrekt, omdat hij meer dan 500 km privé gaat rijden met de auto van de zaak, heeft dat gevolgen voor de werkgever en werknemer. Dat meldt het Forum salaris van de Belastingdienst.

Zodra de werknemer meer dan 500 kilometer privé rijdt, moet hij dit zo snel mogelijk doorgeven aan de Belastingdienst. Hij moet de verklaring intrekken en gebruikt hiervoor het formulier ‘Verklaring geen privégebruik auto: intrekken’. Hij kan dit formulier online invullen en versturen. Ook informeert hij zo snel mogelijk de werkgever.

Binnen twee weken na ontvangst van het formulier ontvangt de werknemer een bericht van de Belastingdienst. Na de intrekking van de verklaring ontvangt ook de werkgever een brief van de Belastingdienst. In deze brief staat de informatie die de werkgever nodig heeft voor de aangifte loonheffingen.

Bijtelling

Als de werknemer de ‘Verklaring geen privégebruik auto’ heeft ingetrokken, geldt de bijtelling voor alle tijdvakken in het kalenderjaar waarin de werknemer de auto ter beschikking heeft. Dus ook voor de maanden waarin hij de verklaring had.

Vanaf het moment dat de werkgever op de hoogte is van de intrekking van de verklaring moet hij de bijtelling toepassen. Hij hoeft dit niet met terugwerkende kracht te doen. De werkgever telt het voordeel van het privégebruik bij het loon en gebruikt hiervoor de bijtellingspercentages die op dat moment gelden.

Naheffingsaanslag werknemer

Voor de maanden waarin niet is bijgeteld, ontvangt de werknemer een naheffingsaanslag voor:

  • loonbelasting/premie volksverzekeringen;
  • premies werknemersverzekeringen;
  • bijdrage Zorgverzekeringswet; en
  • eventueel een rekening voor belastingrente.

Let op!
Als duidelijk is dat de werknemer de ‘Verklaring geen privégebruik auto’ onterecht heeft aangevraagd, mag de werkgever geen rekening houden met de verklaring. De werkgever past de bijtelling toe voor alle maanden waarin de werknemer de auto ter beschikking heeft. Meer informatie staat in paragraaf 23.3.16 van het Handboek Loonheffingen.

Bron: Belastingdienst

Nieuwe berekening bijtelling meerdere auto’s van de zaak uitgesteld

Door diverse praktijkvragen heeft de Belastingdienst besloten om de nieuwe berekeningsmethode voor de bijtelling bij een werknemer met meer dan een auto van de zaak met een jaar uit te stellen. De bijtelling verandert per 2022 in plaats van dit jaar.

Dit betekent dat werkgevers dit jaar nog rekening moeten houden met de auto’s met de hoogste cataloguswaarde. Heeft de werknemer meerdere auto’s van de zaak, maar hoeft de werkgever niet voor alle auto’s bij te tellen, dan telt hij, zoals hij gewend is, bij voor de auto(‘s) met de hoogste cataloguswaarde.

Vanaf 2022 gaat dit veranderen. Werkgevers moeten dan rekening houden met de auto(‘s) met de hoogste bijtelling.

Bron: belastingdienst

‘EU-landen heffen 398 miljard euro aan autobelastingen’

Duitland haalt 99,9 miljard euro binnen aan belasting en is Europees koploper.

In 2021 halen de Europese landen gezamenlijk 398 miljard euro binnen aan autobelastingen, zo blijkt uit cijfers van Acea. (Foto: Shutterstock)De EU-landen heffen gezamenlijk 398 miljard euro aan autobelastingen, dat is 9,5 procent minder dan vorig jaar. In 2020 leverden de autobelastingen 440 miljard op. Het bedrag is, volgens koepelorganisatie Acea, meer dan tweeëneenhalf keer de totale begroting van de Europese Unie. Dat blijkt uit de 2021-editie van de Tax Guide van Acea.

Koploper is Duitsland dat 99,9 miljard euro binnenhaalt uit belastingen. Een goede tweede is Frankrijk met 86,4 miljard euro, gevolgd door Italië met 76,3 miljard. Het gat met Spanje (30,8 miljard) en Nederland (21,5 miljard) is groot. België hanteert de hoogste autobelasting (gemiddeld 3,187 euro per voertuig), terwijl ons land op de zesde plaatst staat met een gemiddeld bedrag van 2,158 euro per voertuig. Spanje heeft het laagste tarief (1,068 euro)

Investeren

Volgens Eric-Mark Huitema, directeur-generaal Acea, moeten de inkomsten aan autobelastingen gebruikt worden voor de elektrificatie van het Europese wagenpark. “Dat helpt bij de financiering van de oplaad- en tankinfrastructuur die nodig is voor elektrische auto’s. In het eerste kwartaal van dit jaar was bijna 14 procent van alle nieuwe auto’s die in de EU werden verkocht elektrisch oplaadbaar. Deze trend kan echter alleen worden vastgehouden als overheden meer investeren in infrastructuur.” Volgens de koepelorganisatie zijn er in 2024 1 miljoen oplaadpunten nodig in de EU.

Uit de belastinggids blijkt dat in 14 van de 28 EU-landen een belasting heffen die gebaseerd is op de CO2-uitstoot van de personenauto. Hiervan bieden 15 lidstaten koopstimulansen, zoals bonusbetalingen of premies, aan kopers van elektrische auto’s. De meeste landen kennen alleen belastingverlagingen of -vrijstellingen toe.

Bron: Automotive Mangement

Nieuwe rekenhulp btw en de auto

De Belastingdienst heeft een nieuwe rekenhulp online gezet waarmee ondernemers eenvoudig en snel kunnen bepalen of er btw voor een auto moet worden berekend en hoeveel.

De rekentool is te gebruiken als je ondernemer bent voor de btw. Voor deze situaties:

  • privégebruik auto van de zaak
  • zakelijk gebruik privéauto

Gaat het om meer auto’s? Bereken de btw dan voor iedere auto apart. De rekenhulp is ook te gebruiken als je geen kilometeradministratie hebt of een leaseauto hebt.

Gebruik je de auto ook voor vrijgestelde omzet? Vermenigvuldig het antwoord van de rekenhulp dan met de breuk belaste omzet/totale omzet. Dit gebeurt niet automatisch.

Meer informatie van de Belastingdienst over btw en de auto:

Correctie bijtelling privégebruik auto van de zaak

Na de vakantieperiode is het niet ondenkbaar dat werknemers meer gebruik hebben gemaakt van hun auto van de zaak dan initieel gedacht. Dit roept de vraag op wat u als werkgever hiermee moet. Dient u een correctie in uw loonadministratie door te voeren? Alleen voor de toekomst of ook voor het verleden? En wat wanneer uw werknemer u niet op de hoogte stelt van zijn extra privégebruik, maar u dit wel kunt afleiden uit zijn verhalen? Kunt u dit naast u neerleggen of is fiscale actie dan wel verstandig?

De coronacrisis deed veel Nederlanders hun vakantie in eigen land doorbrengen. Hierdoor is er wellicht meer gereisd met de auto van de werkgever dan in andere jaren, toen werknemers een zonvakantie per vliegtuig boekten.

Vol in de prijzen

Allereerst moet u zich realiseren dat deze extra privékilometers ertoe kunnen leiden dat er over het hele jaar een bijtelling is verschuldigd voor de auto van de zaak. Het feit dat deze overschrijding slechts in twee weken wordt gerealiseerd doet hier niets aan af. Als de grens van maximaal 500 privékilometer is overschreden is een bijtelling onvermijdelijk geworden. De berijder valt zodoende vol in de prijzen! Dit geldt ook wanneer een berijder twee verschillende leaseauto’s in één jaar gebruikt. Wanneer hij met één van deze auto’s te veel privé rijdt, dan dient er voor beide leaseauto’s tijdens de gehele gebruiksduur dat jaar een bijtelling in aanmerking te worden genomen.

Verklaring

Dan de verdere uitwerking van onze vakantiecasus. Wanneer de berijder van de leaseauto een zogenaamde ‘Verklaring géén privégebruik auto’ heeft aangevraagd dan moet deze zo spoedig mogelijk worden ingetrokken. Dit dient de werknemer zelf te doen via de site van de Belastingdienst. Vervolgens dient u als werkgever vanaf het moment van intrekking een bijtelling in aanmerking te nemen voor de auto van de zaak. Deze bijtelling gaat dan over de komende maanden en niet over de reeds verstreken maanden. Hiervoor krijgt de werknemer zelf de fiscale rekening. De werkgever ontvangt van de fiscus ook bericht dat de verklaring door de werknemer is ingetrokken.

Naheffing

Voor de reeds verstreken maanden hoeft u als werkgever niets te doen. De Belastingdienst stuurt de werknemer hiervoor namelijk een naheffingsaanslag met daarin een rekening voor de loonbelasting, premies werknemersverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage ZVW. Bovendien kan er belastingrente in rekening worden gebracht.

Let op! Wanneer u als werkgever wist of behoorde te weten dat uw werknemer zijn auto van de zaak ook privé gebruikt, maar toch geen bijtelling in aanmerking is genomen vanwege de aanwezigheid van een verklaring, dan kan de fiscus ook bij u aankloppen. Sterker nog, de kans is groot dat hij dit zal doen omdat u als werkgever inhoudingsplichtig bent voor de loonbelasting. U bent in dat geval wettelijk verplicht om correctieberichten in te dienen over de reeds verstreken maanden van het kalenderjaar.

Let op! Wanneer de intrekking van de verklaring (te) lang op zich liet wachten of niet is aangevraagd, dan kan de berijder ook nog worden geconfronteerd met een boete die kan oplopen tot maar liefst 5.514 euro. Het is dan in het belang van de werknemer dat hij tijdig de overschrijding kenbaar maakt bij de fiscus. Als werkgever kunt u hem hierop wijzen wanneer u weet of vermoedt dat er meer dan 500 kilometer per jaar privé worden gereden met de auto van de zaak.

Verkeerd verwerkt

Buiten de mogelijkheid dat een vakantie leidt tot meer privékilometers is het ook denkbaar dat de bijtelling simpelweg verkeerd is verwerkt in de loonadministratie. Bijvoorbeeld omdat de cataloguswaarde van de auto van de zaak nog niet is aangepast bij het wisselen van de auto. Wat zijn de consequenties als de bijtelling niet of incorrect is toegepast? Bij wie ligt de verantwoordelijkheid en het risico bij het privégebruik en fouten in de bijtelling?

Verantwoordelijk voor loonaangifte

Bij een fout in de bijtelling wegens privégebruik van de (bestel)auto van de zaak klopt de Belastingdienst meestal bij de werkgever aan. Deze is namelijk als inhoudingsplichtige eindverantwoordelijk voor de juiste (loon)aangifte. Alleen als de naheffing een verwijtbare fout is van de werknemer, zal de Belastingdienst privé bij hem aankloppen. De Belastingdienst legt uw organisatie een naheffingsaanslag loonheffingen op, als u:

  • heeft verzuimd om de bijtelling wegens privégebruik op te tellen bij het loon;
  • een fout heeft gemaakt in de verloning van de bijtelling over het betreffende tijdvak;
  • de verkeerde cataloguswaarde voor de auto hanteert;
  • het verkeerde bijtellingspercentage toepast;
  • de eigen bijdrage voor het privégebruik foutief heeft verrekend.

Voor rekening werknemer

Het is natuurlijk niet altijd uw schuld dat een bijtelling niet of verkeerd wordt verwerkt in de loonadministratie. Als de naheffing voor rekening van de werknemer komt, draait hij op voor alle nog verschuldigde loonheffingen. In de naheffing zitten ook de bijdrage ZVW en de premies werknemersverzekeringen die normaal gesproken voor rekening van uw onderneming komen.

De naheffing (inclusief boete) komt voor rekening van uw werknemer als:

  • hij de auto van de zaak voor 500 kilometer of meer binnen een jaar gebruikt, terwijl hij beschikt over een ‘Verklaring geen privégebruik auto’;
  •  hij de ‘Verklaring geen privégebruik auto’ intrekt in de loop van het jaar, omdat hij de 500-kilometergrens overschrijdt.

Deze uitzondering is dus van toepassing op onze vakantiecasus waarin een verklaring is aangevraagd. Daardoor komt de correctie via een naheffingsaanslag bij de werknemer terecht en hoeft u alleen voor de toekomstige maanden te corrigeren.

Hoe voert u correctie door?

Bij onjuistheden of onvolledigheden in de loonaangifte is het zaak om de fout op eigen initiatief zo snel mogelijk te corrigeren of de ontbrekende informatie aan te vullen. Bijvoorbeeld omdat u ontdekt dat de rittenregistratie onvolledig is of ontbreekt van een werknemer bij wie u de bijtelling achterwege laat.

De aanpak hangt af van het tijdstip van de correctie:

  • De aangiftetermijn van het betreffende tijdvak is nog niet verstreken: u doet opnieuw aangifte of stuurt een aanvullende loonaangifte in. Geen boete.
  • Correctie bij de eerstvolgende of daaropvolgende aangifte: verrekening van de correctie en reguliere aangifte. In principe geen boete.
  • Na het verstrijken van de laatste aangiftetermijn van het betreffende kalenderjaar: u dient een losse correctie in. Er volgt een naheffingsaanslag en eventueel een boete.

Belastingrente

U kunt ook geconfronteerd worden met belastingrente. Als uw correctie betekent dat u nog een bedrag moet betalen over een vorig jaar, betaalt u belastingrente over dat bedrag. De Belastingdienst berekent de belastingrente over de periode vanaf 1 januari van het jaar na het jaar waarop de correctie betrekking heeft, tot en met de datum waarop u de naheffingsaanslag uiterlijk betaald moet hebben. Dit laatste betreft de datum van de naheffingsaanslag plus 14 kalenderdagen. De belastingrente is gekoppeld aan het wettelijk rentepercentage voor niet-handelstransacties. Daarbij geldt een minimum van 4 procent. U bent geen belastingrente verschuldigd als u op eigen initiatief of na een correctieverzoek een correctie over een jaar verzendt vóór 1 april van het daaropvolgende jaar.

Verhalen?

U kunt de naheffingsaanslag die de Belastingdienst aan u oplegt niet zomaar verhalen op uw werknemer. Dit kan alleen als u om een zogenoemde verhaalbare naheffingsaanslag verzoekt. Bovendien moet de autoregeling waarin de rechten en plichten ten aanzien van de auto van de zaak tussen u en de werknemer staan vermeld hier ook op worden nagekeken. Vaak staat hierin een bepaling die vermeldt dat u het recht heeft een dergelijke naheffing op de werknemer te verhalen. Hiermee kunt u de naheffing verhalen op uw werknemer, bijvoorbeeld omdat u onterecht de bijtelling wegens privégebruik van de auto van de zaak achterwege heeft gelaten. De werknemer is namelijk bij de bijtelling wegens privégebruik van de auto van de zaak de uiteindelijke belastingplichtige, waarbij u alleen maar een doorgeefluik bent voor de verschuldigde inhouding.

Beoordeling door inspecteur

De arbeidsrechtelijke mogelijkheid om de te weinig geheven belasting op de werknemer te verhalen is lastig als u niet verzoekt om een verhaalbare naheffingsaanslag. Alleen bij duidelijk verwijtbaar gedrag maakt u een kans bij de rechter. De inspecteur beoordeelt of het aan uw organisatie te wijten is dat u te weinig loonheffingen heeft afgedragen of dat het de schuld is van de werknemer. Bijvoorbeeld omdat hij relevante informatie heeft achtergehouden of geen sluitende kilometeradministratie heeft bijgehouden.

Beschikking

De inspecteur zal een verhaalbare naheffingsaanslag opleggen als er geen praktische bezwaren zijn tegen het verhalen van de naheffing op uw werknemer. Stemt de inspecteur in met uw verzoek, dan ontvangt u een beschikking waarin staat dat de Belastingdienst de eindheffing niet toepast. De naheffing moet u dan voor de betreffende werknemer verwerken. Als u het verhaalbare deel van de naheffing niet verhaalt op de werknemer, moet u het voordeel als loon bij de werknemer in rekening brengen of als eindheffingsloon ten laste van de vrije ruimte verwerken.

Boetes

Ten slotte nog aandacht voor het risico op een boete dat u loopt als werkgever. U kunt worden geconfronteerd met een verzuimboete of een vergrijpboete. Dit is afhankelijk van de vraag of het aan uw opzet of grove schuld te wijten is dat er te weinig belasting is ingehouden. De Belastingdienst maakt een onderscheid tussen de volgende verzuimen:

  • betaalverzuim vanwege een foute of onvolledige aangifte;
  • aangifteverzuim vanwege een foute of onvolledige aangifte;
  • correctieverzuim

Betaalverzuim vanwege een foute of onvolledige aangifte

Als uw correctie betekent dat u een bedrag moet bijbetalen, betaalt u de loonheffingen te laat. Als u de correcties verzendt en er is geen sprake van een vergrijpboete, krijgt u geen boete als:

  • het totale bedrag van de correcties op jaarbasis 20.000 euro of minder is;
  • het totale bedrag dat u nog moet betalen, meer dan 20.000 euro is, maar minder dan 10 procent van het bedrag dat u eerder hebt betaald over de aangiften die u nu corrigeert;
  • In alle andere gevallen krijgt u een boete van 5 procent van het totale bedrag. De boete is maximaal 5.278 euro.

Grove schuld

In plaats van een betaalverzuimboete kunt u een vergrijpboete krijgen. Voorwaarde is dat er sprake is van grove schuld of (voorwaardelijke) opzet. De Belastingdienst moet schriftelijk aangeven waarom sprake is van grove schuld of (voorwaardelijke) opzet. Bijvoorbeeld omdat u voor geen enkele werknemer een bijtelling in aanmerking neemt terwijl evident is dat dit wel noodzakelijk is. U kunt hierop reageren voordat de boete definitief wordt vastgesteld. De hoogte van de boete bedraagt dan 25 of 50 procent van het gecorrigeerde bedrag.

Aangifteverzuim

Als u aangifte hebt gedaan en deze aangifte corrigeert, was de eerdere aangifte fout of onvolledig. U kunt daarvoor dan een aangifteverzuimboete krijgen. De Belastingdienst is terughoudend met het vaststellen van deze aangifteverzuimboetes. Voor deze aangifteverzuimboetes geldt het volgende:
– corrigeert u een aangifte op eigen initiatief, dan krijgt u geen aangifteverzuimboete;
– corrigeert u een aangifte omdat de fiscus u daartoe verplicht heeft, dan kunt u een aangifteverzuimboete van 65 euro krijgen. Doet u keer op keer fout of onvolledig aangifte, dan kan de verzuimboete worden verhoogd, met een maximum van 1.319 euro.

Correctieverzuim

Als u een correctie niet, te laat, fout of onvolledig verzendt, is er sprake van een correctieverzuim. De eerste keer zal de Belastingdienst niet in actie komen, maar als u bijvoorbeeld keer op keer de correcties niet, te laat, fout of onvolledig verzendt, kan de boete oplopen tot maximaal 1.319 euro.

Bron: CM